De Heilige Geest vandaag in de gelovige
Jan Stelma
Rom. 8:1 Zo is er dan nu geen verdoemenis voor degenen, die in Christus Jezus zijn, die niet naar het vlees wandelen, maar naar den Geest.
De Geest is nodig om gered te worden en is het bewijs dat wij gered zijn:
Gal.3:2 Dit alleen wil ik van u leren : hebt gij den Geest ontvangen uit de werken der wet, of uit de prediking des geloofs?
Door de prediking van het geloof hebben zij de Heilige Geest ontvangen. D.w.z. dat ze geloofden toen het geloof aan hun verteld werd. Wat is de prediking van het geloof? Paulus vertelt het ons in 1 Kor.15:1-4:
Dus het Evangelie wat Paulus aan hun vertelde, daardoor werden ze zalig, d.w.z. kregen ze eeuwig leven. En als ze iets anders zouden geloven, helaas, jammer dan, maar dan hebben ze tevergeefs geloofd. Dus het is wel heel belangrijk te weten wat Paulus verkondigde, anders geloven wij in iets anders en gaan we gewoon verloren, want we hebben dan vergeefs geloofd. Dit was het Evangelie:
Als wij dit geloven (aannemen) dan zijn wij dus zalig. En op het moment dat wij dat geloven komt de Heilige Geest in ons wonen, want dat zagen wij zojuist dat dat gebeurt ná de prediking des geloofs in Gal.3:2. In Efeze 1 :13-14 zien wij ook deze volgorde staan 1.Evangelie horen (= prediking des geloofs 2. Evangelie geloven 3. Verzegeling met de Heilige Geest:
13 In Welken ook gij zijt, nadat gij het woord der waarheid, namelijk het Evangelie uwer zaligheid gehoord hebt;
Evangelie uwer zaligheid is wat wij zojuist zagen in 1 Kor.15:1-4.
Dat moeten wij horen, want :
Ziet u, nu moeten wij het geloven, nadat wij de prediking des geloofs, (het Evangelie uwer zaligheid) gehoord hebben. Wat er dan op dat moment onmiddellijk gebeurt is dat de Heilige Geest in mij komt wonen (zie nogmaals Gal.3:2) en mij verzegelt :
14 Die het onderpand is van onze erfenis, tot de verkregene verlossing, tot prijs Zijner heerlijkheid.
Ef. 4:30 En bedroeft den Heiligen Geest Gods niet, door Welken gij verzegeld zijt tot den dag der verlossing
Vanaf het moment dat ik geloofde woont de Geest in mij en ben ik Zijn woonplaats, de tempel van de Heilige Geest:
1 Kor.3:16 Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt, en de Geest Gods in ulieden woont?
En omdat Hij altijd in mij woont en blijft is Hij mijn hulp, mijn kracht en Degene Die mij licht geeft op Zijn Woord. Dat doet Hij door te getuigen in mijn eigen Geest. En zo ga ik de Bijbel nu begrijpen en heb ik ook rotsvaste zekerheid van mijn eeuwige redding in Christus. Geen twijfel en onzekerheid meer die ik van mijzelf wel zou hebben, maar Zijn Geest in mij getuigt nu in mijn geest Zijn geschreven Woord en dáárdoor weet ik de dingen zo zeker en blijf ik ook zeker van mijn kindschap:
Rom. 8:1 Dezelve Geest getuigt met onzen geest, dat wij kinderen Gods zijn
Dus geloof in Zijn Woord is genoeg en de Geest doet de rest in mij.
Werkte de Geest altijd zo?
Nee, dit is heel specifiek voor ná Handelingen 2 met Pinksteren en de Bedeling der Genade die bij Paulus begon, want in het OT hadden alleen mensen die een speciale taak voor God hadden de Heilige Geest. De overige gelovigen hadden de Geest niet, terwijl ze wel gered waren. De Geest was dan OP die mensen, niet IN, zoals nu bij ons:
Richteren 11:29 Toen kwam de Geest des HEEREN op Jeftha, dat hij Gilead en Manasse doortrok ;
Jesaja 61:1 De Geest des Heeren HEEREN is op Mij, omdat de HEERE Mij gezalfd heeft, om een blijde boodschap te brengen den zachtmoedigen ……..
Er zijn meer voorbeelden hiervan, maar het gaat erom dat wij begrijpen dat men in het O.T. gered kon zijn, zonder dat men de Heilige Geest had. De gelovige deed wat God van hem vroeg. Voor de vergeving der zonden deed hij de offers en hij bezocht de feesten. Die persoon werd door God gerechtvaardigd, omdat hij gehoorzaamde. Hij zondigde nog wel, maar daar waren de offers en de Grote Verzoendag voor. De Heilige Geest werd dus niet, zoals bij ons nu, gegeven aan iedereen die gelooft, wat het bewijs nu is dat hij gered is. In het O.T. was dat niet zo. Die voor de Here een bediening hadden, hadden de Geest wel en daardoor konden ze de Here dienen in de taak die ze te doen hadden voor Hem. Dat was de enige reden:
1 Samuel 10:6 En de Geest des HEEREN zal vaardig worden over u, en gij zult met hen profeteren ; en gij zult in een anderen man veranderd worden.
Toen Saul gezalfd werd tot koning van Israel kwam de Geest ook óp hem. Hier staat dat de Geest vaardig werd over Saul. Dat betekent dat Hij aan het werk ging bij Saul. En inderdaad, waar de Geest in iemands leven komt, daar gaat hij aan het werk en verandert die persoon in een ander mens. Elke gelovige nu kan daarvan getuigen. Echter zolang de gelovige ook de wil heeft om God te willen dienen en volgen. Als dat niet het geval is , dan wijkt de Geest met het vaardig zijn in die persoon. Paulus zegt daarover bij ons dat wij de Geest dan blussen, wat in feite hetzelfde betekent, echter niet dat Hij ons verlaat, maar niet meer actief werkt in ons. Voor de enkeling op wie de Geest kwam, was Hij ook in hun. Numeri 27:18 en 1 Pet.1:11 geven duidelijk aan dat de Geest ook IN hun was. Maar er staat niet zomaar dat de Geest OP hun kwam. Dat is een manier van uitdrukken, om daarmee aan te geven dat Hij ook weer weg kon gaan, of weggenomen kon worden.Dar gebeurde bijvoorbeeld als ze God niet gehoorzaamden of niet functioneerden, of dat de taak over was. En dat zien we bij Saul dan ook gebeuren:
1 Sam.16:14 En de Geest des HEEREN week van Saul……..
Ziet u? De Geest week van Saul ! Waarom? Omdat hij niet naar de HEERE luisterde en zelfs naar een waarzegster was gegaan. En later werd het Koninkrijk van hem afgenomen en ….. werd hij door de HEERE zelfs gedood!!!
En dat de Geest ook van hem zou wijken, daar was David dan ook bang voor na zijn zonde met BatsDe Bijbel is Gods Woord. Deel 2 Jan Stelma.www.GenadeBijbel.nleba:
Ps. 51:11 Verwerp mij niet van Uw aangezicht, en neem Uw Heiligen Geest niet van mij.
Ja, en nu worden veel gelovigen onrustig, omdat ze denken dat bij hun de Geest ook weggenomen kan worden. Want dat betekent , zo denkt men dan, dat je dan alsnog verloren gaat. Onzekerheid troef dus! De vraag is echter: Kan dat bij ons ook?
Maar waar men echter nooit over nadenkt is : Ging Saul dan wel verloren en had David verloren kunnen gaan? Van David weten wij dat dat niet gebeurd is. Daar zijn teveel Schriften voor die dat bewijzen. Hij zal eenmaal opstaan en het Koninkrijk ingaan en koning over Israel zijn (Ezech.37:24).
Maar was David dan zo’n lieverdje? Hij zondigde toen hij het volk wilde tellen. Hij was niet echt een goede vader. Echter zijn grootste zonde is toch wel begaan met Batseba. Daar waren overspel, list, leugen, bedrog en zelfs moord door David begaan. De twee zonden waar geen vergeving voor was onder de wet, moord en overspel, die had David begaan! Dat zijn voorwaar bepaald geen kleine dingen.
Het verschil met Saul is echter dat David een berouw had en wist dat hij tegen God gezondigd had (Ps.51:1-4) en daarom was hij een man naar Gods hart. Hij zocht altijd de wil van God en als hij gezondigd had, gaf hij God gelijk als Hij dat veroordeelde. M.a.w., hij had dan een gebroken geest; een gebroken en verslagen hart Ps.51:17) en daarom had God wel een welbehagen aan de offers van David voor zijn zonden (Ps.51:19) en niet aan die van Saul (1 Sam.15:22-26).
Wat ik hiermee wil zeggen is, dat als de Heilige Geest weggenomen werd, dan bleven ze wel gered, zowel David als Saul. Van Saul vinden wij dat moeilijker te accepteren dan van David, maar wij moeten begrijpen dat als iemand gerechtvaardigd is bij God, dat dat eenmalig en blijvend is. Abraham geloofde God en werd gerechtvaardigd voor zijn leven lang. Hij is zelfs de vader van de gelovigen vanwege zijn geloof in God. Maar was Abraham altijd zo gelovig dan? Hij heeft niet gewacht tot de zoon kwam uit Sara, maar verwekte zelf een kind bij Hagar. Hij loog over Sara en zei dat ze zijn zuster was. En zo geldt het voor meerderen, denk aan Simson.
Saul werd gezalfd tot koning. Zou God een niet gelovig persoon tot koning zalven? Dat een knaap Saul gedood had, had David vreugdevol kunnen stemmen, Saul zocht hem tenslotte te doden, maar wat was de reactie van David? Dood hem, want hij heeft de gezalfde des HEEREN gedood! (2 Sam.1:16). Een ernstige zaak dus. Zie ook de verzen 17-27, waar David Saul en zijn zoon Jonathan een klaaglied zong.
Maar let ook op de volgende gebeurtenis als Saul door een waarzegster Samuel laat oproepen uit de hel,(waar hij was aan de kant van het paradijs, in de schoot van Abraham Luk.16, en niet aan de kant der pijniging. Samuel voorzegt daar zijn dood de volgende dag:
15 Daarna sprak Samuel tot Saul: Waarom hebt gij mij verontrust en mij laten opkomen ? Saul zeide: Ik verkeer in grote nood : de Filistijnen strijden tegen mij, en God is van mij geweken. Hij antwoordt mij niet meer, noch door de dienst van profeten noch door dromen. Daarom heb ik u geroepen, opdat gij mij bekend zoudt maken , wat ik doen moet.
16 Toen sprak Samuel: Waarom raadpleegt gij mij; de HERE is immers van u geweken (de Heilige Geest was weggenomen) en uw vijand geworden.
Vraag: Waarom kregen de gelovigen toén niet de Heilige Geest?
Deze was nl. geprofeteerd dat die nog komen zou. Het was een onderdeel van het Nieuwe Verbond en niét van het Oude Verbond de wet:
31 Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik met het huis van Israel en met het huis van Juda een nieuw verbond zal maken; 32 Niet naar het verbond, dat Ik met hun vaderen gemaakt heb, ten dage als Ik hun hand aangreep, om hen uit Egypteland uit te voeren, welk Mijn verbond zij vernietigd hebben, hoewel Ik hen getrouwd had , spreekt de HEERE; 33 Maar dit is het verbond, dat Ik na die dagen met het huis van Israel maken zal , spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven, en zal die in hun hart schrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn. 34 En zij zullen niet meer, een iegelijk zijn naaste, en een iegelijk zijn broeder, leren , zeggende: Kent den HEERE! want zij zullen Mij allen kennen, van hun kleinste af tot hun grootste toe, spreekt de HEERE; want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven, en hunner zonden niet meer gedenken.
Als Hij de Geest geeft, dán zullen ze in Zijn wetten kunnen wandelen. Zonder de Geest in het O.T. onder de wet kon dat niet. God heeft daarmee laten zien dat alle mensen zondaars zijn. (Rom.3:19-20). Voor Israel in dit geval, was het wachten op het Nieuwe verbond dat komen zou, want dat beloofde de oplossing, nl. de uitstorting van de Heilige Geest over hun:
Ezech.36:27 En Ik zal Mijn Geest geven in het binnenste van u; en Ik zal maken, dat gij in Mijn inzettingen zult wandelen, en Mijn rechten zult bewaren en doen.
Joel 2:28 -29
En daarna zal het geschieden, dat Ik Mijn Geest zal uitgieten over alle vlees , en uw zonen en uw dochteren zullen profeteren ; uw ouden zullen dromen dromen, uw jongelingen zullen gezichten zien
Ja, ook over de dienstknechten, en over de dienstmaagden, zal Ik in die dagen Mijn Geest uitgieten.
Zach 12:10 Doch over het huis Davids, en over de inwoners van Jeruzalem, zal Ik uitstorten den Geest der genade en der gebeden
En net zoals het Oude Verbond met bloed ingewijd werd (Heb.9:18-21), zo moest ook het Nieuwe Testament worden ingewijd. Echter nu niet met dieren bloed, maar met het bloed van het ware Lam. Zoals nu ook een testament pas van kracht wordt zodra de persoon gestorven is (dus dat de dood tussenbeide komt (Heb.9:16-17). Dus waar was het wachten op? Juist , wanneer dat bloed er was.
Lukas 22:20 Desgelijks ook den drinkbeker na het avondmaal, zeggende: Deze drinkbeker is het nieuwe testament in Mijn bloed, hetwelk voor u vergoten wordt
In ieder geval weten wij nu de reden waarom in het Oude Testament de gelovigen de Heilige Geest niet ontvingen zoals na Pinksteren dus wel het geval was. Vanaf dat moment was het een absolute voorwaarde, anders was je niet gered, want degenen die zich bekeerden (geloofden)en de Messias aannamen werden gedoopt en ontvingen daarop de Heilige Geest (Hand.2:38: 40-41)
Hand.19:2 Zeide hij tot hen: Hebt gij den Heiligen Geest ontvangen, als gij geloofd hebt?
De Geest is ook nodig ivm onze wandel:
Een ieder die gelovig is geworden ontvangt de Heilige Geest. Dus zijn leven als gelovige is begonnen met de Geest.
Gal.3:3 Zijt gij zo uitzinnig? Daar gij met den Geest begonnen zijt, voleindigt gij nu met het vlees?
Maar God wil dat wij daar ook in blijven, dus dat wij ons door die Geest blijvend laten leiden (Gal.5:16). Als wij de Bijbel loslaten dan gaan wij ons leven afmaken niet meer met de Geest, maar het vlees (Gal.5:17-21). Dan gaat het vleselijke begeren in ons overheersen. M.a.w., wij hebben de Geest gekregen, niet alleen omdat wij gered zijn, maar ook om kracht te hebben de vleselijke zondige begeerten in ons te kunnen overwinnen. Hij geeft ons de bekrachtiging daarvoor:
5 Die u dan den Geest verleent, en krachten onder u werkt, doet Hij dat uit de werken der wet, of uit de prediking des geloofs?
U ziet dat de Geest in ons die kracht geeft als Hij de prediking des geloofs hoort. Het Woord activeert de Geest in ons (door de prediking des geloofs) zodat die Geest ons bekrachtigt om de wet van de zonde en van de dood te doorbreken:
Rom.8:2
Want de wet des Geestes des levens in Christus Jezus heeft mij vrijgemaakt van de wet der zonde en des doods.
Rom. 5:12 Daarom, gelijk door een mens de zonde in de wereld ingekomen is, en door de zonde de dood; en alzo de dood tot alle mensen doorgegaan is, in welken allen gezondigd hebben.
De de wet der zonde en des doods is de onveranderlijke regel die altijd zo werkt, dat zonde altijd dood voortbrengt. Er is nooit een uitzondering op deze regel. De daad van Adam en de gevolgen zijn hier een goed voorbeeld van. Adam zondigde en hij werd een zondaar. Daarna zijn er alleen maar zondaren door de mens voortgebracht, omdat een zondig mens nou eenmaal geen mensen kan voortbrengen die geen zondaars zijn. (Daarom werd Maria niet bevrucht door een man, maar door de Heilige Geest)En daardoor heeft niemand eeuwig leven hier op aarde, omdat zonde de dood voortbrengt, en dus gaan alle mensen ook dood.
14 Maar een iegelijk wordt verzocht, als hij van zijn eigen begeerlijkheid afgetrokken en verlokt wordt. 15 Daarna de begeerlijkheid ontvangen hebbende baart zonde; en de zonde voleindigd zijnde baart den dood.
Omdat de gelovigen de Geest ontvangen hebben, hebben ze er een “probleem” bijgekregen:
21 Zo vind ik dan deze wet in mij; als ik het goede wil doen, dat het kwade mij bijligt.
Ik ellendig mens,wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods ?
Ja, door die zonde die nog steeds in mij is , is dat lichaam van mij een lichaam des doods. Het kan alleen maar zonde en dood voortbrengen en helemaal niets wat voor God kan bestaan, dus niets dat ten leven is , wat voor God wél kan bestaan
Maar let op, want Paulus weet de oplossing die die wet in mij kan overstijgen en krachteloos maken. Let op! Ik zeg krachteloos, niét verdwijnen. Ik kan nu nl. volgens Rom.8:2 de wet van de zonde die in mij is vervangen door de wet van de Geest, nl. van het leven dat ik heb in Christus Jezus en Zijn leven in mij (Gal.2:20, Kol.3:4; Rom.6:11), zodat ik niet meer de zonde zal gaan dienen.
Een simpel voorbeeld kan dit verduidelijken. Ik was laatst in Londen en een straat verkoper gooide een paar zacht buigzame poppetjes tegen een muur. Ze vielen er niet af, maar bleven aan de muur plakken door een bepaalde lijmsoort wat aan die armpjes en beentjes zat. Echter, het was lijm met een precies berekende kleefkracht die de zwaartekracht maar voor heel eventjes konden weerstaan. Na een paar seconden buitelde het poppetje over zijn kop naar beneden en bleef hij weer hangen aan zijn armpjes en beentjes, echter ook weer voor een paar seconden en dan buitelde hij weer over zijn kop naar beneden. En zo ging het door totdat hij beneden op de grond was.
De grap was dat de poppetjes niet in één klap naar beneden vielen toen hij ze tegen de muur gooide, maar telkens even bleven plakken en weer buitelden en dan weer even bleven plakken. Je zag ze al buitelend, maar klevend aan de muur langzaam naar beneden gaan.
Hier zien wij twee wetten: die van de zwaartekracht en die van de kleefkracht van de lijm. Welke is het sterkst? Als de fabrikant meer kleefkracht aan de lijm had gegeven, dan had het poppetje stil blijven hangen en had hij de zwaartekracht overwonnen. Echter niét teniet gedaan! Want als de kleefkracht minder zou zijn had er niet één blijven hangen en waren ze allemaal onmiddellijk gevallen. De fabrikant echter heeft de wet van de kleefkracht zodanig gemaakt dat hij de wet van de zwaartekracht net voor een bepaalde tijd kon weerstaan, en daarna won de wet van de zwaartekracht het weer van de wet van de kleefkracht van de lijm.
Welnu, zo is het met de wet des Geestes des levens in Christus Jezus en met de wet der zonde en des doods in ons ook zo.
Zorg ervoor dat de wet van de Geest sterker is dan de wet der zonde in u en dan zal het leven van Christus in mij die wet van de zonde overwinnen en de baas zijn. Andersom, als u niet met het Woord bezig bent en dus de Geest niet in u Zijn kracht laat werken, dan zal die wet van de zonde, die in uw zondige lichaam nog steeds aanwezig is, weer de overhand gaan krijgen en de sterkste zijn in u en als resultaat de zonde doen toenemen en door de zonde de geestelijke dood. Geestelijk dood in onze ervaring dus. Geen bekrachtiging, geen licht op het Woord, geen blijdschap, geen overwinning. M.a.w. geen vrucht van de Geest!
Gal.5:22 Maar de vrucht des Geestes is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, matigheid.
De wet, de vaste regel van de Geest is dat Hij het leven wél voortbrengt. Hij kan niet anders:
Rom.8:6
Want het bedenken des vleses is de dood; maar het bedenken des Geestes is het leven en vrede;
Het vlees kan ook niet anders dan de dood bedenken. Daarom konden, voordat wij gelovig werden alleen maar voor de dood vruchten dragen (Rom.7:4), maar niet voor God, ze kwamen voort uit een zondig niet verloste natuur van mij. Echter, als ik door de Geest wandel, d.w.z. dat ik gehoorzaam ben aan de prediking des geloofs, zoals Paulus dat in zijn brieven heeft opgetekend, dan zal de Geest in mij de kracht geven om die wet der zonde en des doods te overwinnen:
Gal.3:5 Die u dan den Geest verleent, en krachten onder u werkt, doet Hij dat uit de werken der wet, of uit de prediking des geloofs?
Paulus roept ons daarom ook op om door de Geest te wandelen, omdat wij ook door de Geest leven. M.a.w., wij zijn een kind van God en wij zijn nu levend voor Hem (dat is onze eeuwige positie) en daarom moeten wij nu ook in ons dagelijkse leven ons door de Geest laten leiden en bekrachtigen om de zonde niet te laten heersen over ons:
Gal.5:24 Indien wij door den Geest leven, zo laat ons ook door den Geest wandelen
Maar nogmaals, samen met het Woord, de prediking des Woords, alleen zó werkt de Geest en alleen zó kan Hij de werkingen, de zondige begeerten van ons lichaam, overwinnen. Niet ons lichaam wordt versterkt, maar onze inwendige mens, die wordt versterkt. Die geeft ons de kracht om dat zondige lichaam te laten doen wat wij, de gelovige, volgens Gods Woord willen, nl. niet de zonde te laten overheersen in ons (Rom.6:14). Niet zondigen dus. :
Rom.8:13 Want indien gij naar het vlees leeft, zo zult gij sterven; maar indien gij door den Geest de werkingen des lichaams doodt, zo zult gij leven.
Ef.3:16 Opdat Hij u geve, naar den rijkdom Zijner heerlijkheid, met kracht versterkt te worden door Zijn Geest in den inwendigen mens;
Want let op! Deze wet van de zonde blijft in ons zolang wij in dit lichaam zijn! Maar nu door de Geest kunnen wij wel God gehoorzamen en de zonde in ons overwinnen, wat onder de wet absoluut onmogelijk was, vanwege de wet van de zonde die in ons vlees is. Dat vlees is krachteloos om God te kunnen dienen, maar o zo krachtig om de zonde te dienen!
Dank God voor Zijn Genade en zijn voorziening , dat wij nu wél voor Zijn glorie kunnen leven!
