Één reden waarom Romeinen 8 zo geliefd is bij Bijbelstudenten vinden we in de slotverzen. Daar zet Paulus een geweldig betoog uiteen over de zekerheid van hen die in Christus zijn. Dat maakt het, als we bij conclusie van het tweede grote leerstellige onderdeel van Romeinen komen, alleen maar des te krachtiger.
In de Romeinenbrief legt Paulus vier fundamentele principes uit van Gods genade aan ons in Christus. Hoofdstuk 1-5 begint met het onderwerp van onze rechtvaardigmaking in Christus. Hier worden wij gefundeerd in het volbrachte werk van Christus’ dood en opstanding voor ons, in wat het betekent “en worden om niet gerechtvaardigd, uit Zijn genade, door de verlossing die in Christus Jezus is” (Rom.3:24).
Het volgende onderdeel, de hoofdstukken 6-8, gaat verder met onze heiligmaking in Christus. Nu gaat het onderwerp niet alleen om Christus voor ons, maar om Christus als ons, het belang van onze identificatie met Christus in Zijn dood, begrafenis en opstandingsleven. Toen Hij stierf, stierf Hij meer dan alleen als betaling voor onze zonden. Hij bevrijdde ons ook van datgene dat ons zondigen veroorzaakt. Paulus verklaart:
Rom.6:6-10 6 Dit wetende, dat onze oude mens met Hem gekruisigd is, opdat het lichaam der zonde tenietgedaan worde, opdat wij niet meer de zonde dienen. 7 Want die gestorven is, die is gerechtvaardigd van de zonde. 8 Indien wij nu met Christus gestorven zijn, zo geloven wij, dat wij ook met Hem zullen leven. 9 Wetende, dat Christus opgewekt zijnde uit de doden, niet meer sterft; de dood heerst niet meer over Hem. 10 Want dat Hij gestorven is, dat is Hij der zonde eenmaal gestorven; en dat Hij leeft, dat leeft Hij Gode.
In Romeinen 6 leren wij dat krachtens ons zijn “in Christus Jezus” wij geplaatst zijn in Zijn dood, begrafenis, en opstanding. Dit heeft natuurlijk onze persoonlijke identiteit radicaal veranderd en roept ons op om van moment tot moment consequent te leven met deze nieuwe identiteit die wij hebben in Christus.
Romeinen 7 richt zich vervolgens op “de nieuwigheid des Geestes”, het nieuwe programma waaronder God nu, vandaag met ons handelt. Ons duidelijk gemaakt hebbende dat wij vrij zijn gemaakt van de slavernij van de zonde en levend gemaakt voor God in Christus, instrueert Paulus ons nu hoe we deze nieuwe positie in de praktijk moeten brengen door te leven in de nieuwigheid des Geestes, en niet in de oudheid van het wetssysteem. Deze nieuwe manier van functioneren die God voor ons heeft wordt genade genoemd, wij moeten overeenkomstig Zijn programma van genade leven.
Romeinen 8 gaat verder met het onderwerp van het consequent wandelen met de kracht van God die in ons werkt door Zijn Geest. De Heilige Geest is nog maar één keer eerder genoemd in de Romeinenbrief. En dan zien we Hem hier maar liefst 19 keer verschijnen in een opvlamming van activiteit in dit éne hoofdstuk. De voor de hand liggende reden voor Zijn plotselinge verschijning en activiteit vinden we in het feit dat de Geest werkt door Zijn Woord. Als éénmaal de gezonde leer van de hoofdstukken 1-7 is vastgelegd in ons begrip, dan kan de wet des Geestes des levens in Christus Jezus gaan werken door ons als wij wandelen door geloof in een duidelijk begrip van Gods Woord aan ons.
Wat zullen wij zeggen?
Als hij aan het einde komt van dit gedeelte zet Paulus de zekerheid uiteen van Gods doel dat bereikt is (8:28-30) en besluit met een prachtig gedeelte over de daaruit voortvloeiende zekerheid van de gelovige in Christus. Hij doet dit door een serie vragen te stellen. Dit doet hij met een heel specifiek doel: om ons te dwingen om zelf na te denken! Wij hebben een persoonlijk begrip nodig van deze waarheden zodat zij hun volle impact zullen hebben. Paulus wil dat wij een duidelijk begrip hebben van ons deel in de uitwerking van het doel en plan van God.
Door dit te doen vestigt Paulus de aandacht op vier grote eigenschappen van God die Zijn doel voor ons waarborgen: de kracht van God is “voor ons” (vers 31), evenals Zijn genade ( vers 32), rechtvaardigheid (vers 33) en liefde (vers 35).
Hij geeft ook details over specifieke dingen die proberen de uitwerking van dat doel te dwarsbomen. Dus domineren vier vragen dit gedeelte:
Wie zal tegen ons zijn?
Rom.8:31 Wat zullen wij dan tot deze dingen zeggen? Zo God voor ons is, wie zal tegen ons zijn?
Rom.8:32 Die ook Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar heeft Hem voor ons allen overgegeven, hoe zal Hij ons ook met Hem niet alle dingen schenken?
Wat God al reeds gedaan heeft is de demonstratie en het bewijs van wat Hij zal blijven doen. Alles rust op het volbrachte werk van Christus aan het kruis. Daar heeft God beiden het precedent en de proportie vastgelegd. Het precedent is wat Hij gaf, vrijelijk Zijn eniggeboren Zoon voor onze zonden waardoor wij vol vertrouwen kunnen zijn dat Hij niets voor ons achterhoudt. Doordat Hij Christus heeft gegeven zonder voorbehoud of mate, de proportie van Zijn geven is duidelijk “alle dingen” – “alle geestelijke zegening,” zo ons “volmaakt in Christus” makend (Efeze 1:3, Kol.2:10).
Wie zal ons beschuldigen?
Rom.8:33 Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods? God is het die rechtvaardig maakt.
Dit is onze volmaaktheid. Het argument is hier dat niemand de gelovige succesvol kan beschuldigen. Ten eerste door wie er beschuldigd worden “Gods uitverkorenen,” een positie die God Zelf zeker heeft verklaard (vers 29,30). Dan is daar Degene voor wie de beschuldiging wordt gemaakt. Als God de rechter is, dan is Hij ook de rechtvaardiger (3:26). Hij heeft al reeds in ons voordeel beslist, heeft ons al aan Zijn zijde gezet en verklaard dat Hij “voor ons” is.
Wie zal ons verdoemen?
Rom.8:34 Wie is het die verdoemt? Christus is het Die gestorven is; ja wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook ter rechterhand Gods is, Die ook voor ons bidt.
Dit is onze rechtvaardiging. Voordat er een ongerechtigheid in ons gevonden kan worden, moet er een ongerechtigheid in Christus Zelf gevonden worden, of in Zijn dood, opstanding, hemelvaart en voorspraak aan de rechterhand van de Vader “voor ons.” Onze zekerheid is gebaseerd op en bevestigd door Christus Zelf en Zijn werk voor ons. Als dat niet genoeg is, dan kan niets dat ooit zijn.
Wie zal ons scheiden?
Rom.8:35-36 35 Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking, of benauwdheid, of vervolging, of honger, of naaktheid, of gevaar, of zwaard? 36 Gelijk geschreven is: Want om Uwentwil worden wij den gansen dag gedood; wij zijn geacht als schapen der slachting.
Dit is onze zekerheid. Hier betreft de vraag onze omstandigheden, zoals de vorige drie gingen over ons karakter. De focus wordt nu verlegd naar het slagveld van de gebeurtenissen in ons leven.
“Wie”, het persoonlijke voornaamwoord, wordt gevolgd door zeven onpersoonlijke gebeurtenissen. Dit is geen fout, want de bron van deze moeilijkheden is echter nooit onpersoonlijk, hoewel de gebeurtenissen dat wel kunnen zijn. De “wie” is duidelijk geïdentificeerd in Efeze 6:12. En waar de poging tot scheiding van is wordt zo meer begrijpelijk – het is “van de liefde van Christus.”
Deze liefde was objectief getest in de dood aan het kruis en gedemonstreerd als iets dat niet zal zwichten voor de spanningen van verdrukking in dit leven. Zeven dingen worden genoemd die de reeks wapens vormen die gesmeed worden tegen ons:
Verdrukking: de hoeveelheid spanningen, nood en moeilijkheden die gewoon zijn in het leven, ook in het christenleven.
Benauwdheid: de benauwde “engtes” van het leven waar geen ontsnappen aan mogelijk lijkt.
Vervolging: iedere vijandige mening of behandeling van ons om ons christelijke getuigenis.
Honger: hier wordt het wapen economisch; het bereikt de keuken, de portemonnee, en bankrekening.
Naaktheid: de afwezigheid van elke fysieke luxe en soms zelfs fysieke noodzakelijkheden.
Gevaar: de gevaren van het alledaagse leven in een gevallen wereld.
Zwaard: georganiseerd verzet van de overheid.
Rom.8:37 Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars, door Hem Die ons liefgehad heeft.
“In dit alles” omvat alle mogelijke onvoorspelbaarheden. Het is in deze details van ons leven dat wij “meer dan overwinnaars zijn door Hem Die ons liefgehad heeft.” Wie wij zijn is gebaseerd op wie God ons heeft gemaakt in Christus. Dit bevestigt voor ons een onveranderlijke identiteit die dan toegankelijk is door geloof.
Verdrukking “overwinnen” bijvoorbeeld is die beëindigen. Maar “meer dan” overwinnen is het voor onszelf ten goede gebruiken.
Generaal Douglas MacArthur veroverde het Japanse rijk. Maar hij deed meer – hij werd hun weldoener. Om meer dan een overwinnaar te zijn betekent om de overwinning ten goede te gebruiken. Dus om meer dan overwinnaar over verdrukking te zijn is om er geduldig door te worden, door het in ons een goed doel te laten dienen. Vandaar dat Paulus zegt:
Rom.5:3 En niet alleen dit, maar wij roemen ook in de verdrukkingen, wetende dat de verdrukking lijdzaamheid werkt.
Meer dan overwinnaars zijn over honger en naaktheid is door economische tegenspoed ons te laten leren om tevreden te zijn met de rijkdom van geestelijke dingen (Filip.4:10-13).
Meer dan overwinnaars zijn over gevaar en zwaard is om een zeker vertrouwen te hebben op God dat evenwicht geeft te midden van dreigend onheil ( 2 Kor.1:3-10).
De volmaaktheid van onze overwinning maakt het beeld van onze zekerheid af:
Rom.8:38-39 38 Want ik ben verzekerd dat noch dood noch leven, noch engelen noch overheden noch machten, noch tegenwoordige noch toekomende dingen, 39 Noch hoogte noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onzen Heere.
Hier is onafscheidelijke liefde te midden van elke denkbare vijand. Het is belangrijk om te erkennen dat er een voorgeschreven sfeer is waarin deze onafscheidelijke liefde opereert. Dat is de liefde van God IN CHRISTUS JEZUS. Dit is niet louter een gevoel, niet zomaar een warm, vaag sentiment. Veeleer heeft God Zelf ons “in Christus” volmaakt geschikt gemaakt voor elke omstandigheid en taak. In het licht van het bewijs, kunnen wij ook zoals Paulus verzekerd zijn, getrokken naar een onwankelbaar vertrouwen dat niets ons kan scheiden van de liefde van God.
Dit is de plaats van zekerheid en vrede die vreugde en zegen toevoegt aan onze levens als we dagelijks wandelen door geloof in een duidelijk begrip van wie wij zijn in Christus Jezus onze Heere. In een wereld vol van onzekerheid, is dit een plaats van maximale zekerheid!
