door
Jan Stelma
Hoewel elke Christen dit weet, of zou moeten weten, zijn er maar weinigen die dit onderwerp durven aan te roeren. Emotioneel gezien hebben velen er moeite mee dat hun ongelovige vader of moeder, of een ongelovige geliefde in de hel zitten of naar de hel gaan. Dat is natuurlijk wel begrijpelijk, maar nog geen reden om er over te zwijgen, want de Bijbel spreekt hier heel duidelijk over. Buiten dat, daarom heeft Christus juist Zijn leven gegeven om ons daarvan te behouden! Het is een belangrijk onderwerp, waar door Christenen die het echt wel weten toch om heen gedraaid wordt.
Of men gaat zover in hun gedachten dat men zichzelf wijsmaakt, diep en ver weg in hun denken dat het waarschijnlijk toch wel goed zal komen. God is immers liefde en zoiets verschrikkelijks zal Hij toch niet echt gaan doen.
En omdat wij God dan gaan vergelijken met onze eigen emoties kan men zo denken of zelfs vervallen in de zgn. leer van de Alverzoening, die leert dat uiteindelijk iedereen gered is. Zeer aantrekkelijk voor als je niet beter weet. Maar God wil dat we wel beter weten en ons niet laten leiden door onze emoties, maar door Zijn Woord. Er zijn er ook die het woord hel willen veranderen in de Bijbel, zoals “dodenrijk”, “val”, “ondergang”, “godverlatenheid”, enz. (Het Boek, Groot Nieuws, NBG, NBV).
Altijd als men woorden verandert in de Bijbel wordt het mens vriendelijker, het wordt nooit erger voor de mens, wel vijandiger naar God toe. Zo ook met hel. Dodenrijk klinkt al wat vriendelijker. Maar wij geloven dat de Staten Vertaling Gods Woord is en wij niet gerechtigd zijn Zijn Woord naar onze eigen inzichten te veranderen. Sommigen zeggen ook dat hel niet goed vertaald zou zijn. In het O.T. staat er immers sheol in het Hebreeuws, maar in het Grieks in het NT staat er Hades.
De hel is oorspronkelijk bereid voor de duivel en zijn engelen en niét voor de mensen. Dat deze tekst over de hel gaat kunnen wij uit de volgende teksten opmaken:
Matt. 18:8 Indien uw hand of uw voet u tot zonde verleidt, houw hem af en werp hem weg. Het is beter voor u verminkt of kreupel ten leven in te gaan, dan met twee handen of twee voeten in het eeuwige vuur geworpen te worden.
9 En indien uw oog u tot zonde verleidt, ruk het uit en werp het van u. Het is beter voor u met een oog ten leven in te gaan , dan met twee ogen in het hellevuur geworpen te worden.
10 Ziet toe, dat gij niet een dezer kleinen veracht. Want Ik zeg u , dat hun engelen in de hemelen voortdurend het aangezicht zien van mijn Vader, die in de hemelen is.
11 Want de Zoon des mensen is gekomen om het verlorene te behouden.
Beneden in het hart der aarde.
De hel is dus beneden. In het hart der aarde, zoals Christus zei in Matt.12:40 over de plaats waar Hij zou zijn als Hij gestorven was:
40 Want gelijk Jonas drie dagen en drie nachten was in den buik van den walvis, alzo zal de Zoon des mensen drie dagen en drie nachten wezen in het hart der aarde.
Lukas 16:26-31 geeft ons een blik in de hel. Er is een onoverbrugbare kloof. Dat betekent dat er geen enkele hoop meer is. Als u in de natuur aan de rand van een hoog ravijn staat en u wilt naar de overkant, dan is het die kloof die het onmogelijk maakt om aan die andere kant te komen. In de hel is die kloof ook niet te overbruggen, wat de hoop op reding volledig wegneemt. En zonder hoop leven is het ergste wat er is. Nu, in dit leven zonder God is ook leven zonder hoop.
Maar men kan toch nog een goed leven leiden, tenminste zolang het meezit. Je kan er ook zelf de hand in hebben. In de hel is dat allemaal niet zo. Het is een plaats zonder hoop en in de pijn. Een eeuwig vooruitzicht wat nooit zal veranderen en alleen maar erger zal worden.
Vers 25 zegt dat Lazarus bij de kant van de vertroosting zat, nl. bij Abraham.
Wat wij uit het geheel ook kunnen leren, is dat er geen zieleslaap bestaat. Zij zijn zich volledig bewust van alles. Zij slapen niet, zij zijn wakker en hebben hun ogen open en kunnen kijken, praten (vs 23-24) en ook herinneren (vs 25: gedenk), en ook herkennen (vs 24 :“Vader Abraham”, en “Lazarus”).
Uit 1 Sam.28:14 blijkt ook dat ze een mantel aan hebben, waarschijnlijk omdat ze geen lichaam “aan” hebben. Dat ligt in het graf. In Openb. 7:9-14 lezen wij over de gestorven heiligen die ook nog niet zijn opgestaan. Deze hebben lange witte klederen aan. Maar, hoewel ze nog geen lichaam hebben, hebben ze handen om de palmtakken vast te houden. De rijke deed zijn ogen open. Had dus ogen en vroeg of Lazarus Zijn vinger wilde dopen in het water. Lazarus had dus vingers. De rijke wilde zijn tong verkoelen en had dus een tong.
M.a.w. ze hadden een bekleding en een bepaalde belichaming (echter een tijdelijke) voor hun ziel.
Wat wij ook hier leren is dat er geen bekering en geen berouw is bij degenen die verloren in de hel zitten. In vs 30 zegt de ongelovige rijke gewoon “nee” tegen Abraham in antwoord op het feit dat Abraham tegen hem zegt dat de nog levende mensen op aarde Mozes en de Profeten hebben en dat dat voldoende is om hun uit de hel te houden. De rijke heeft zich daar toen niets van aangetrokken en ook nu hij in de hel is ontkent hij dat nog. Er is geen berouw, maar hij maakt zich alleen druk over de pijn die hij lijdt en wil dat zijn broers besparen. En dat zou het geval zijn als Lazarus weer terug zou gaan in levende lijve, opgestaan uit de dood. Ja, dan zouden zij zich wel bekeren, zo denkt hij. Eén ding is zeker, de hel is een verschrikkelijk iets en de rijke lijdt vreselijke pijnen en het wordt helemaal erg als hij later in de poel des vuurs geworpen zal worden.
Maar het antwoord is heel eenvoudig: Nee , als men nu in dit leven de Bijbel niet gelooft, dan doen zij dat ook niet als iemand aan hun verschijnt die uit de dood opstaat. Heeft Christus geen mensen uit de dood doen opstaan? Denk bijvoorbeeld aan de opwekking van Lazarus in Joh.11. Wat was de reactie van de Farizeeen? Hij moet dood! Zie Joh.11:47-53. En een paar dagen later eiste het hele volk dat Christus gekruisigd zou worden.
“Dus iedereen gaat naar de hel, de gelovigen en de ongelovigen, maar ik dacht dat ik naar de hemel ging! Hoe zit dat dan precies?.”
Nu moeten wij goed opletten en het Woord der Waarheid recht snijden (2 Tim.2:15). Er is namelijk twee keer iets veranderd betreffende de toekomst van de gelovige. En dat heeft te maken met:
1. het verlossingswerk van Christus aan het kruis
2. met de komst van de apostel Paulus aan wie de Verborgenheid geopenbaard is
1) Het verlossingswerk van Christus aan het kruis: Dé reden dat de gelovigen van vóór het kruis nog niet naar de Hemel konden gaan, maar in de hel moesten wachten.
Wat wij moeten weten is dat in de hel waar de gelovigen zaten, door Christus “het Paradijs” genoemd werd, toen Hij dat zei tegen de moordenaar die naast Hem hing, waarheen zij heen zouden gaan als zij zouden sterven:
En Jezus zeide tot hem: Voorwaar , zeg Ik u: Heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn. Lukas 23:43
Dus Christus’ Zijn lichaam werd begraven, maar Zijn ziel ging naar het Paradijs in het hart van de aarde. Drie dagen en nachten net zoals Jona dat óók was. (Jona is terwijl hij in de vis was ook dood geweest en toen hij uitgespuwd werd weer opgestaan uit de dood. Zijn ziel was toen in de hel!).
En daarom maakt Christus die vergelijking i.v.m. met Zijn eigen heengaan:
Want gelijk Jonas drie dagen en drie nachten was in den buik van den walvis, alzo zal de Zoon des mensen drie dagen en drie nachten wezen in het hart der aarde. Matt. 12:40
Aan het kruis noemt Christus deze plaats dus het Paradijs. Maar Christus is opgestaan en zit nu aan de rechterhand van de Vader (Hand. 2:30-34; Efeze 1:20-21). I.tt. de hogepriester uit het O.T. ging Hij niet met dierenbloed, maar met Zijn eigen bloed naar de Vader (Heb.9:11-12) en alléén in dat bloed heeft God de Vader geloof gehecht:
25 Welken God voorgesteld heeft tot een verzoening, door het geloof in Zijn bloed, tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid,….Rom.3:25
Niet in het dierenbloed (Heb. 10:4), maar God had het zo in het OT bepaald met in Zijn achterhoofd het ware bloed dat komen zou en heeft daarom al de zonden wel vergeven van diegenen die in geloof offerden, echter het was onder Zijn verdraagzaamheid, want het ware bloed moest nog komen. (Rom.3:23-25).
En zoals de hogepriester toen met dat dierenbloed achter het voorhangsel het heilige der heilige binnenging waar God woonde om het bloed te sprenkelen voor weer een jaar van verzoening, zo heeft Christus dat nu gedaan in de tegenwoordigheid van God met zijn eigen bloed, daarmee een eeuwige verlossing teweeggebracht hebbende (Heb.9:12). Dus wat wij hier zien is dat de zonde kwestie vóór het kruis nog niet echt was opgelost. Het wachten was op het volgende:
15 En daarom is Hij de Middelaar des nieuwen testaments, opdat, de dood daartussen gekomen zijnde, tot verzoening der overtredingen, die onder het eerste testament waren, degenen, die geroepen zijn, de beloftenis der eeuwige erve ontvangen zouden Heb.9:15
Zolang dit, Zijn dood, niet gebeurd was, konden de gelovigen die in de hel in het Paradijs zaten niet naar hun God, naar hun Vader toe. Want God is een verterend vuur. Nu Christus dit gedaan heeft is de toegang vrij gemaakt en hoeven zij niet meer in de hel onder de grond in het hart der aarde te blijven, maar kunnen zij nu wel naar God toe.
18 Waar nu vergeving derzelve is, daar is geen offerande meer voor de zonde.
Hij heeft ze nu gekocht met Zijn bloed. Zij zijn nu Zijn eigendom. Wij moeten niet vergeten dat de hel oorspronkelijk voor satan en zijn engelen bedoeld was. Door de zonde via Adam in de wereld te brengen in het menselijke geslacht, is dat zondige geslacht toen in zijn macht gekomen (Heb.2:14) en zullen dus ook terechtkomen waar hij naar toe zal gaan, nl de hel. Maar God heeft toen bepaald dat door gehoorzaamheid en geloof aan Hem mensen toch gered konden worden, en dus heeft Hij gezorgd voor een scheiding en een kloof in de hel, zodat men gescheiden werd.
De Verlosser, beloofd in Gen.3 : 15, moest eerst komen voordat zij in Zijn nabijheid konden komen. Vandaar ook dat de cherubs de toegang tot de hof van Eden afschermden. Waarom? Omdat God daar was! Dáár offerden Kain en Abel. Het was net als het voorhangsel in de tabernakel. Daarachter woonde God en de offers moesten buiten gebeuren.
Maar door de dood van Christus aan het kruis is er een nieuwe (=verse - Heb. 10:20) weg vrijgemaakt waardoor men nu wel toegang tot God heeft. Vroeger hield het voorhangsel het tegen, nu is Zijn vlees (door Zijn bloed) het voorhangsel en hebben zij daardoor nu vrijmoedigheid om wel in te gaan. Dus niet meer de oude weg van het Oude Testament via de hogepriester met dierenbloed. De weg is nu vanaf Zijn kruisdood en opstanding, onder het Nieuwe Verbond, rechtstreeks open naar God, die nu in de derde hemel woont
19 Dewijl wij dan, broeders, vrijmoedigheid hebben, om in te gaan in het heiligdom door het bloed van Jezus
20 Op een versen en levenden weg, welken Hij ons ingewijd heeft door het voorhangsel, dat is, door Zijn vlees; Heb.10:19-20
Wat wij geloven is dat het Paradijs niet meer beneden is maar boven in de derde hemel. Waar God woont. En Paulus laat ons dat zien in 2 Kor.12:2,4 :
2 Ik ken een mens in Christus, voor veertien jaren (of het geschied zij in het lichaam, weet ik niet, of buiten het lichaam, weet ik niet, God weet het), dat de zodanige opgetrokken is geweest tot in den derden hemel;
4 Dat hij opgetrokken is geweest in het paradijs, en gehoord heeft onuitsprekelijke woorden, die het een mens niet geoorloofd is te spreken.
Dus het Paradijs is nu in de derde hemel. Zoals wij zonet zagen, geloven wij dus dat Christus na Zijn opstanding eerst naar de Vader is gegaan om Zichzelf aan te Vader te tonen met Zijn eigen bloed voor de eeuwige verlossing van de mensen. God heeft dit geaccepteerd als het enige menselijke offer wat bestaan kan voor Hem. Toen is Christus weer teruggegaan en verschenen aan de discipelen. Dat verklaart ook waarom Maria in Joh. 20:17 Hem eerst niet mocht aanraken en later weer wel.
Jezus zeide tot haar: Raak Mij niet aan, want Ik ben nog niet opgevaren tot Mijn Vader; maar ga heen tot Mijn broeders, en zeg hun: Ik vare op tot Mijn Vader en uw Vader, en tot Mijn God en uw God. Matt.29:9
Toen Hij aan de Vader verschenen was, was de weg dus vrij en is het Paradijs verplaatst naar de derde hemel. Waarschijnlijk is dat gebeurd, tussen het moment dat Hij naar de Vader ging en weer terugkwam op aarde. Dat betekent dat de hel nu alleen nog maar bestaat uit de ongeredde mensen.
Wat wij echter goed moeten begrijpen is dat deze gelovigen van vóór het kruis en die daarna tot aan Paulus (die gingen vanaf het kruis dus niet meer naar het Paradijs onder de aarde, maar naar de derde hemel) onder het programma van God voor het Koninkrijk op aarde vallen.
Israel wacht op het “hemelse “ Jeruzalem. Abraham wachtte daar ook op (Heb.11:10, 16), de stad met fundamenten waar alleen God de Bouwmeester van is. Dat is het origineel van wat nu en toen op aarde is. En dat is nu boven, waar ze nu zijn. Daar waar God woont, zijn zij nu ook. Dus de Oud Testamentische heiligen zijn nu in het origineel (vs 22).
Vers 23 leert ons dat ze genaderd zijn tot de geesten der volmaakte rechtvaardigen.
Dus sinds Golgotha zijn de O.T. heiligen van het paradijs vóór het kruis, beneden in de hel in het hart der aarde, naar boven gebracht in het hemelse Jeruzalem en degenen die ná Zijn opstanding gelovig werden zijn rechtstreeks naar boven naar het Nieuwe Jeruzalem gegaan. Dat zijn diegenen waar Heb.12:23 over spreekt : de Gemeente der eerstgeborenen en : de geesten der volmaakte rechtvaardigen. Hebreeen is geschreven aan de gelovigen onder de bediening van de 12 apostelen uit de begintijd uit Handelingen, dus zijn zij daar waar vers 23 over spreekt.
(Kol.1:20-21: Wij zijn verzoend en nemen dan de posities in die God ook reeds met Zichzelf verzoend heeft. Niet de bekleders ervan, nl, satan en zijn engelen)
5 Ook toen wij dood waren door de misdaden, heeft ons levend gemaakt met Christus; (uit genade zijt gij zalig geworden), 6 En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in den hemel in Christus Jezus Ef.2:5-6
Dus wij, in de Bedeling der Genade, gaan naar de Hemel boven :2 Tim.4:18; Ef.1:3; Ef.2:5; 1 Thess.4:13-18. Vandaar verwachten wij Hem en zullen wij voor altijd zijn Filip. 3:20-21, 1 Thess.4:17. Ons verlangen is nu dat wij naar de Here gaan en wij een nieuw lichaam krijgen, want dat is wat er gebeurt als wij zullen opstaan. Wij hebben een huis waar? In de hemelen! Niet door mensenhanden gemaakt en…eeuwig!
1 Want wij weten, dat, zo ons aardse huis dezes tabernakels gebroken wordt , wij een gebouw van God hebben , een huis niet met handen gemaakt, maar eeuwig in de hemelen.
Dus daar gaan wij naar toe, naar de hemel en verlangen dat nieuwe lichaam te krijgen, want als wij sterven zijn onze geest en ziel bij de Here, maar het lichaam ontvangen wij pas als Hij het Lichaam van Christus op komt halen. Dan zal het Hoofd met het Lichaam verenigd worden en zullen de geest en de ziel van de leden van dat lichaam het vernieuwde opstandingslichaam krijgen. Dan zijn ze weer kompleet. Vandaar dat Paulus dat naakt noemt, omdat ze nog niet met dat opstandingslichaam overkleed zijn.
Dát is onze verwachting, onze hoop. Hemels, en de verlossing van ons lichaam. Dan zijn wij weer kompleet.
Echter: Gelijkvormig aan Zijn heerlijk lichaam. (Filip.3:20-21)
Wat de hel betreft is zijn functie met het verloop der tijd wel veranderd. Tot het kruis ging iedereen naar de hel. Na het kruis alleen nog de ongelovigen. Echter de hel was en is ook nu altijd onzichtbaar geweest voor de levenden op aarde en alleen voor de zielen en geesten van de mensen. Maar tijdens het 1000 jarig Koninkrijk op aarde zal dat totaal veranderen. Namelijk wél zichtbaar voor iedereen en wel mét de lichamen. Waarom is dat?
Uitleg: In het Koninkrijk zal de wet gehandhaafd worden door onze Here (Jes.2:2-4). De overtreders zullen gestraft worden (Jes.2:4). Overtredingen zullen niet door de vingers gezien worden. God zal dan de doodstraf uitoefenen. In het O.T. was dat door steniging. Een pijnlijke doodstraf dus, niet een pijnloze doodstraf als tegemoetkoming naar de crimineel. Nee, daar was de doodstraf niet voor, zoals men nu soms het wil verzachten door een injectie te geven.
De doodstraf is , i.t.t. wat de “geciviliseerde beschaafde wereld” er nu van vindt en het afgeschaft heeft, een gerechtvaardigde zaak in de ogen van God als vergelding van de overtreding. Daarmee laat de gemeenschap via de overheid zien dat men dit niet accepteert. Het was een uiting van de houding van de gemeenschap tegenover de misdaad die begaan was. Een uiterlijk vertoon was de steniging, voor iedereen zichtbaar dus, zo dat het voor iedereen duidelijk is. Het was een getuigenis van Gods houding en wraak over de zonde die begaan was.
Welnu, dat zal zeer zeker ook in het 1000 jarig Koninkrijk het geval zijn, maar dan zal de hel daar de hoofdrol in gaan spelen. Als wij Matt.25:31-46 nog een keer bestuderen dan weten wij dat dit gaat over de toelating van heidenen die het gelovige Israel tijdens de Grote Verdrukking gesteund hebben. Dat zijn de gezegenden op basis van Gen.12:1-3. Die mogen het Koninkrijk in. Echter, die dat niet gedaan hebben zijn de vervloekten, die wij kunnen vinden in vers 41:
Matt. 25:41 Dan zal Hij ook tot hen, die aan zijn linkerhand zijn, zeggen: Gaat weg van Mij, gij vervloekten, naar het eeuwige vuur, dat voor de duivel en zijn engelen bereid is.
Iedereen zal naar Jeruzalem moeten komen om Hem te aanbidden en als waarschuwing zullen ze de dode lichamen zien in de hel. Hee, hoe kan dat? Dit is een letterlijke vervulling van Markus 9 :43-48 en Matt. 5: 29-30 :
29 Indien dan uw rechteroog u ergert, trekt het uit, en werpt het van u; want het is u nut, dat een uwer leden verga, en niet uw gehele lichaam in de hel geworpen worde.
30 En indien uw rechterhand u ergert, houwt ze af, en werpt ze van u; want het is u nut, dat een uwer leden verga, en niet uw gehele lichaam in de hel geworpen worde.
Dat is niet meer zoals in het O.T. waar alleen de ziel en geest van de ongelovige in de hel kwam. Het lichaam lag in het graf in de grond.
24 En zij zullen henen uitgaan, en zij zullen de dode lichamen der lieden zien, die tegen Mij overtreden hebben; want hun worm zal niet sterven, en hun vuur zal niet uitgeblust worden, en zij zullen allen vlees een afgrijzing wezen. Jesaja 66:24
Jesaja 34 spreekt over de toekomst, als Christus naar de aarde komt om te oordelen:
In de hel zullen zij weggeworpen worden en in het Millenium tot een getuigenis zijn van God tegen de zonde en overtreding tegen Hem.
5 Want Mijn zwaard is dronken geworden in den hemel; ziet, het zal ten oordeel nederdalen op Edom, en op het volk, hetwelk Ik verbannen heb.
6 Het zwaard des HEEREN is vol van bloed , het is vet geworden van smeer, van het bloed der lammeren en der bokken, van het smeer der nieren van de rammen; want de HEERE heeft een slachtoffer te Bozra, en een grote slachting in het land der Edomieten .
Nadere bestudering leert ons dat Edom ten zuiden van de Dode zee ligt.
Zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Afbeelding : Levant_830.png voor een kaart en http://nl.wikipedia.org/wiki/Edomieten voor een beschrijving van de locatie. Een toepasselijke locatie, als wij ook denken aan Sodom en Gomorra waar het ook zwavelen vuur regende. En dat is weer de oorsprong van de Dode zee!
1 Wie is Deze, Die van Edom komt met besprenkelde klederen, van Bozra? Deze , Die versierd is in Zijn gewaad? Die voorttrekt in Zijn grote kracht? Ik ben het, Die in gerechtigheid spreek, Die machtig ben te verlossen.
2 Waarom zijt Gij rood aan Uw gewaad, en Uw klederen als van een, die in de wijnpers treedt ?
3 Ik heb de pers alleen getreden, en er was niemand van de volken met Mij; en Ik heb hen getreden in Mijn toorn, en heb hen vertrapt in Mijn grimmigheid; en hun kracht (= bloed) is gesprengd op Mijn klederen, en al Mijn gewaad heb Ik bezoedeld.
4 Want de dag der wraak was in Mijn hart, en het jaar Mijner verlosten was gekomen . Jesaja 63:1-4
Het kleed van Christus is hier niet meer wit, zoals het was vóór Hij ten strijde trok, zie Dan. 7:9; 10:5; Openb. 1:13-15. Vanwege het bloed van Zijn vijanden is het nu rood geworden! Zie ook Openb.19:13. Dus daar zullen de dode lichamen te zien zijn, inclusief hun ziel. Dode lichamen omdat ze in de hel geworpen zijn, maar met een levende ziel en geest in hen. Dus als men optrekt naar Jeruzalem, u kunt dat op het kaartje goed zien, dan zal men volgens Jesaja 66, nádat men daar geweest is naar Edom gaan om daarlangs te trekken en het zien:
23 En het zal geschieden, dat van de ene nieuwe maan tot de andere, en van den enen sabbat tot den anderen, alle vlees komen zal om aan te bidden voor Mijn aangezicht , zegt de HEERE.
24 En zij zullen henen uitgaan (d.w.z. uit Jeruzalem gaan), en zij zullen de dode lichamen der lieden zien, die tegen Mij overtreden hebben; want hun worm zal niet sterven, en hun vuur zal niet uitgeblust worden, en zij zullen allen vlees een afgrijzing wezen. Jesaja 66:23-24
Hun worm zal niet sterven en maden zullen ze bedekken volgens Jes.14:11:
Op.20: 10 En de duivel, die hen verleidde, werd geworpen in den poel des vuurs en sulfers, alwaar het beest en de valse profeet zijn; en zij zullen gepijnigd worden dag en nacht in alle eeuwigheid.
Helemaal aan het eind van Gods handelen met de wereld, als het 1000 jarig Rijk voorbij is en als satan reeds in de poel des vuurs is geworpen, dan zullen alle ongelovigen van alle eeuwen, vanaf Genesis 4, die in de hel zitten voor de Rechter komen te staan, nl. Christus. Hij is Degene Die door God geautoriseerd is om te oordelen. Waarom? Omdat Hij als Mens zonder zonde geleefd heeft op deze aarde en daarom bevoegd is om te oordelen. Men zegt wel eens tegen iemand anders dat hij niet mag oordelen over een ander. Waarom zegt men dat? Omdat die persoon zelf ook niet volmaakt is en zelf ook dingen fout doet.
Bij Christus is dat dus niet zo. Hij is namelijk wel volmaakt. En al is Hij tot zonde gemaakt om ons te verlossen, Hij had toch nooit gezondigd. En Hij is ook weer opgewekt door de Vader zonder zonde en is in alle opzichten de Enige Mens die ons kan en mag oordelen (Joh.5:21-22; Hand.17:31). En nu is het moment aangebroken dat ze voor Hem zullen staan. Voor Zijn troon. Niet meer in een vernederde positie, maar als hun Rechter. Zij zullen nu moeten buigen en moeten belijden dat Hij Heer is (Filip.. 2:10-11).
Let op! Niet dat Hij hun Heer is, (zoals wij zeggen : Hij is mijn Here) is maar dé Here. Het is een afgedwongen belijden en niet een vrijwillige, ze kunnen nl. niet anders. Een krijgsgevangene zal ook tegen over zijn overwinnaars moeten erkennen dat zij zijn meerderen zijn. Hij is immers door hun overwonnen en hebben hem in zijn macht. Dus hij zal niet anders kunnen, ook al zal hij hun in zijn hart dit verafschuwen en hun haten en tegenstaan. Hier is absoluut geen sprake dat men dus toch gered is vanwege dit woordje belijden, zoals ons sommigen willen doen geloven
Op.20: 11 En ik zag een groten witten troon , en Dengene, Die daarop zat, van Wiens aangezicht de aarde en de hemel wegvloden, en geen plaats is voor die gevonden. 12 En ik zag de doden, klein en groot, staande voor God; en de boeken werden geopend; en een ander boek werd geopend, dat des levens is ; en de doden werden geoordeeld uit hetgeen in de boeken geschreven was, naar hun werken.
De ongelovigen uit de Hel zullen ook opstaan. Echter niet met het opstandingslichaam wat wij zullen hebben. Zij hebben niet het leven van Christus in zich. Denk bijv. aan Lazarus. Die stond ook op en later is hij weer gestorven. En omdat men geweigerd heeft God op Zijn voorwaarden te gehoorzamen en dus in ongeloof gebleven zijn en daardoor geen vergeving van hun zonden hebben, zullen zij rekenschap moeten afleggen voor Hem van elk woord wat ze gezegd hebben en van elke daad die ze gedaan hebben tijdens hun leven op aarde:
36 Maar Ik zeg u, dat van elk ijdel woord, hetwelk de mensen zullen gesproken hebben, zij van hetzelve zullen rekenschap geven in den dag des oordeels.
37 Want uit uw woorden zult gij gerechtvaardigd worden, en uit uw woorden zult gij veroordeeld worden. Matt.12:36-37
Dit is de Dag des Oordeels als ze voor de Grote Witte Troon zullen staan en hun definitieve straf zullen ontvangen. Dit zal geheel in overeenstemming zijn met hetgeen zij in hun leven gedaan hebben. God is nl. een vergelder van ieders werken (Rom.2:6). Dus de misdadiger die in dit leven er misschien zijn straf altijd heeft weten te ontlopen zal hier alsnog zijn straf ontvangen, maar dan is het wel een eeuwige.
Rom.12:19 is dan een vers wat vertroostend werkt, omdat wij hierdoor weten dat niemand zijn straf zal kunnen ontlopen. De strafmaat zal dan wel verschillend in zwaarte en ernst zijn, maar welke straf het ook zal zijn, de poel des vuurs zal een verschrikkelijk en afgrijselijk iets voor allemaal zijn. Dan.12:2 zegt een eeuwige afgrijzing. En zo zal het zijn in de poel des vuurs:
10 En de duivel, die hen verleidde, werd geworpen in den poel des vuurs en sulfers, alwaar het beest en de valse profeet zijn; en zij zullen gepijnigd worden dag en nacht in alle eeuwigheid. Op.20:10
8 Maar den vreesachtigen, en ongelovigen, en gruwelijken, en doodslagers, en hoereerders, en tovenaars, en afgodendienaars, en al den leugenaars, is hun deel in den poel, die daar brandt van vuur en sulfer; hetwelk is de tweede dood. Op.21:8
Dat het dan ook echt het einde zal zijn en alle zonde en dood weggedaan is, blijkt uit het feit dat ook de dood en de hel in de poel des vuurs geworpen zullen worden. Wat wil dat zeggen? Tegenstanders van de hel en de eeuwige pijn zeggen dat de dood en de hel abstracte begrippen zijn en dus de eeuwige afgrijzing en pijn in de poel des vuurs ook. Echter het is helemaal niet abstract. De zinsnedes “die in haar waren” en “die in hen waren” zijn heel belangrijk om dit te kunnen begrijpen.
13 En de zee gaf de doden, die in haar waren; en de dood en de hel gaven de doden, die in hen waren; en zij werden geoordeeld, een iegelijk naar hun werken
Om voor de Rechter te verschijnen zullen alle verlorenen uit de hel moeten opstaan. Dat wil dus zeggen dat hun geest en ziel weer verenigd zullen worden met het lichaam. Welnu, als men sterft, dan gaan de levende ziel en de geest naar de hel.
En waar is dan het dode lichaam? Juist, 1 meter begraven onder de grond.
Job 27:15 noemt het begraven van het lichaam : Zijn overgeblevenen zullen in den dood begraven worden…..
Dus als het lichaam in het graf ligt, zowel na 1 dag of na 1000 jaar als er helemaal niets meer van over is, dan ligt het dus begraven in de dood.
Dus waar is hun niét dode ziel en geest? Juist : in de hel.
En waar is hun wél dode lichaam? Juist : in de dood in het graf.
En waar is ons lichaam? Juist : In het graf, en, zoals wij zonet zagen betekent dat in de dood.
Het is niet zo dat wij een totaal ander onherkenbaar en voor ons vreemd nieuw lichaam krijgen. Nee, het zal veranderd worden in een verheerlijkt lichaam:
20 Maar onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus; 21 Die ons vernederd lichaam veranderen zal, opdat hetzelve gelijkvormig worde aan Zijn heerlijk lichaam, naar de werking, waardoor Hij ook alle dingen Zichzelven kan onderwerpen. Filip.3:20-21
En wie ziet hij daar dan? Het beest en de valse profeet (20:10). Dat betekent dat het vuur satan niet verteerd heeft, want ook in de poel des vuurs is er geen vernietiging, want het beest en de valse profeet zijn daar nog steeds na die 1000 jaar.
24 En zij zullen henen uitgaan, en zij zullen de dode lichamen der lieden zien, die tegen Mij overtreden hebben; want hun worm zal niet sterven, en hun vuur zal niet uitgeblust worden, en zij zullen allen vlees een afgrijzing wezen. Jes.66:24
Dat is de definitieve straf en hun bestemming en het einde van alle rebellie in de Hemel en op aarde en tevens de inluiding van de eeuwigheid zonder zonde en in volmaaktheid waarin God alles en in allen zal zijn. De nieuwe Hemel en de nieuwe aarde met het Nieuwe Jeruzalem (1 Ko.15:28; Op.21).
Nee, dat heeft de geschiedenis al bewezen dat deze prediking nog niemand het eeuwige leven gebracht heeft. Vele mensen die onder zo’n prediking gezeten hebben zullen dit bevestigen. Trouwens, denkt u maar aan de rijke in de hel. Die zat in de hel en was niet van plan zich te bekeren. Nee, het is de goedentierenheid van God die mensen tot bekering leidt. Een liefhebbende God die van ze houdt, dat sorteert effect :
4 Of veracht gij den rijkdom Zijner goedertierenheid, en verdraagzaamheid, en lankmoedigheid, niet wetende, dat de goedertierenheid Gods u tot bekering leidt? Rom.2:4
Dus de hel prediking leidt niet tot bekering. Wat de mensen gepredikt moet worden is dat er een God is Die van ze houdt, maar ook dat Hij een rechtvaardige God is. Dat wil dus zeggen dat de mensen moeten weten dat ze schuldig tegenover God staan en daarom een straf zullen ontvangen. M.a.w., ze moeten in staat van beschuldiging gesteld worden, net zoals in de rechtbank voor de rechter. Hoe doen wij dat? Nou, bijvoorbeeld door de wet te gebruiken die men zo graag aanhaalt om zich te rechtvaardigen voor God en de mensen. Men zegt de 10 geboden na te leven en dat zal wel voldoende zijn. Wij echter zijn niet onder de wet, maar onder de genade (Rom.6:14) en gebruiken die wet daarom niet om rechtvaardig te leven. De Genade gaat ons dat nu onderwijzen (Titus 2:11-12).
Wij weten dat de wet nl. gegeven is om om de mensen tot kennis van de zonde te brengen (Rom.3:20), om te zonde te vermeerderen in ons (Rom. 5:20; 7:8). Dus God heeft door de wet aangetoond dat het probleem in de mens zit. Het heeft de zonde in hem naar boven gebracht. Het bracht hem juist tot zondigen. Dat alles om de mens te leren, dat hij uit zichzelf niets kan doen wat God kan behagen. Hij kan alleen maar zonde voortbrengen. M.a.w., wij hebben Gods Genade nodig en ander zijn wij reddloos verloren. HIJ alleen moet en kan het in ons doen en niets en niemand anders! Maar Paulus zegt dat wij die wet wel kunnen gebruiken voor dat doel waarvoor God het gegeven had, nl. iemand in staat van beschuldiging stellen. Dat is het enige nog waarvoor wij de wet nog gebruiken! Dus nooit om daaruit een rechtvaardig leven te gaan leiden.
1 Tim. 1:8 Doch wij weten, dat de wet goed is, zo iemand die wettelijk gebruikt
D.w.z. dat wij de wet mogen en kunnen gebruiken als wij dat maar wettelijk doen. Dus volgens de regels van het spel. En de regel van het spel, van de wet, is dat je laat zien dat hij de wet niet kan houden en dus schuldig voor God staat. Simpel voorbeeld is bijv. het houden van de Sabbat, of dat iemand zijn vader of moeder altijd gehoorzaamd heeft, of nooit iets gestolen heeft, of nooit gelogen, of….enz.
Niemand zal zeggen dat hij nooit een van die dingen niet gedaan heeft (alhoewel er zijn uitzonderingen weet ik uit eigen ervaring!). Maar in de ogen van God mogen wij nooit de wet verbreken, want dan ben je schuldig aan de gehele wet (Jak.2:10).
Rom. 5:8 Maar God bevestigt Zijn liefde jegens ons, dat Christus voor ons gestorven is, als wij nog zondaars waren
Dát is wat wij nodig hebben. Het kruis is het bewijs van Gods liefde, maar ook van Zijn rechtvaardigheid. God heeft de zonde niet door de vingers gezien en vergolden op Zijn Zoon i.p.v. mij en u. En dat deed Hij voor zondaars. Zondaars zijn vijanden van God. Zij gaan tegen Hem in. Zondaars zijn goddelozen. Zij moeten God niet. Wát een liefde en wát een barmhartigheid dat Hij dat voor ons allemaal gedaan heeft, want wij waren allemaal eertijds ook zo (zie boven in Titus 3:3). Grotere liefde bestaat niet en heeft ook niemand (Rom.5:6-7).
Verzoening prediken is heel iets anders dan hel en verdoemenis preken. Namelijk, i.p.v. de vijandschap prediken wij nu de vrede van God naar de mensen. Wij spreken namens Christus, in Zijn plaats! (“van Christus wege”). En als Zijn gezanten heeft Hij ons gestuurd met de boodschap (het Evangelie) van Verzoening. Dat Hij van ze houdt en graag vrede met hun wil hebben. Dat kan nu door de gekruisigde Christus te aanvaarden als hun Verlosser van hun zonden. En dan als zij zich hebben laten verzoenen dan ontvangen zij Zijn rechtvaardigheid!
1 Kor.1:18 Want het woord des kruises is wel dengenen, die verloren gaan, dwaasheid; maar ons, die behouden worden, is het een kracht Gods; 1 Kor.1: 21 Want nademaal, in de wijsheid Gods , de wereld God niet heeft gekend door de wijsheid, zo heeft het Gode behaagd , door de dwaasheid der prediking, zalig te maken, die geloven;
“woord des kruises”; “de dwaasheid der prediking” Dát is de inhoud van de prediking naar de mensen toe. Wat is er zo dwaas aan? Dat wij erkennen dat wij zondaars zijn en onszelf niet kunnen redden. In de ogen van de wereld is dat dwaas. Dat gaat tegen onze trotse natuur in. Trots wil zichzelf verhogen, maar om gered te worden moeten wij ons vernederen. Dat wil zeggen, in ónze ogen vernederen, maar voor God is dat een daad waar Hij de hoogste waardering heeft. Hij haat trots, zie Pa.18:27; Spr.6:17; Jesaja 2:11, Jak. 4:6.
